//Elsevier – maart 2017

Elsevier – maart 2017

Elsevier mode special – maart 2017

Nu zelfs de meest conservatieve organisaties op de Zuidas van structuur lijken te veranderen (minder hierarchisch, creatiever), is het misschien tijd om eens te kijken hoe het daar eigenlijk staat met de dresscode. Is het nog steeds overal jasje-dasje en gaatjesschoenen of piept er onder sommige broekspijpen al weleens een sneakertje uit? En hoe is het eigenlijk gesteld met accessoires als manchetknopen of een pochet? Maak je daar een goede indruk mee of staat een pochet wellicht wat pocherig? Wat vinden ze op de Zuidas eigenlijk van gespschoenen? Een Rolex-horloge? Bretels?

Elsevier ging op onderzoek uit. What to wear en, misschien nog belangrijker: what not to wear op de Zuidas?

Zef Agustijn (42), senior procurement manager bij ABN Amro, heeft een biertje in zijn hand. Het is na werktijd en Grand Café Dickies, ook wel bekend als de meest ballerige kroeg op de Zuidas, is afgeladen. De mannen, allemaal in pak, staan op elkaar gepakt als sardientjes in een blik. Zef staat met collega’s van ABN Amro in een hoekje bij de deur. Kleding is belangrijk, beamen ze allemaal. Kleding helpt je je geloofwaardigheid te vergroten. Zef trekt zijn broekspijpen op om zijn schoenen te laten zien. Ze zijn van Alden. Hij laat ze speciaal overkomen uit New York. ,,Ik ken geen schoenen die lekkerder zitten.” Om zijn pols tikt een mechanisch horloge van Jaeger-LeCoultre, een Zwitsers horlogemerk dat in 1833 is opgericht. ,,Dit is een automaat,” zegt Zef. Thuis heeft hij ook een Rolex. ,,Je hebt hele bescheiden uurwerken van Rolex. Omvang is belangrijk, en een leren bandje maakt ook al subtieler.” Ooit hoorde hij de roddel dat ze bij consultancybureau McKinsey geen horloges mogen dragen omdat die te veel informatie prijsgeven over iemands salaris.

Bart Berkers (29), donker strak gesneden pak, bruine leren schoenen, werkt als consultant bij ABN Amro. Vroeger, in Eindhoven, droomde hij al van een baan op de Zuidas. De sfeer, de dynamiek, de gebouwen van meer dan twintig verdiepingen, de bedrijvigheid. ,,Ik vind het iets hebben.” Zijn schoenen mogen dan bruin zijn, ze passen wel bij zijn riem, zegt Bart.

Zijn vriend en collega Vincent Kroezen (26) is eerder een beetje toevallig op de Zuidas belandt. Zou het daarom zijn dat hij er met zijn spijkeroverhemd en baard zo anders uitziet dan de rest? Omdat hij als business analist weinig contact met klanten heeft, hoeft Vincent in ieder geval wat minder om zijn kleding te denken. ,,De mensen met een giletje, dat zijn de dealmakers,” zegt Vincent. ,,Wij zijn gewoon wat meer down to earth.”

In De Nieuwe Poort is het iets minder druk dan bij Dickies. Aan een klein rond tafeltje staan Frans (54) en Jos (54) te praten. Ze willen liever niet met hun achternamen worden vermeld, maar praten graag over de kledingmores op de Zuidas. Frans: ,,Twee collega’s van mij dragen gespschoenen. Ik vind dat een beetje Jort Kelder-achtig.”

Zelf draagt Frans een ruimvallend donkergrijs pak. Zijn collega Jos heeft een wit overhemd aan met zwarte knoopjes. Frans wijst erop. ,,Bij een meeting kunnen zulke knoopjes natuurlijk niet.”

Ze zien het meteen als er iemand op de Zuidas rondloopt die niet typisch ‘Zuidas’ is. Iemand met een ‘kek brilletje’, ‘puntige schoentjes in de verkeerde kleur’ en ‘zo’n fijn sjaaltje’ noemen ze een ‘crea bea’. Als iemand bretels draagt, staat dat voor een ‘I don’t care-mentaliteit’.

Toch is de dresscode volgens hen wat losser aan het worden op de Zuidas. Iets dat samenhangt met een veranderende werkcultuur bij veel grote bedrijven. Frans: ,,Banken nemen steeds meer de vrije Google-cultuur over en kleding liberaliseert mee.” Iets meer dan twintig jaar geleden werd hij zelf nog streng door een meerdere aangesproken over zijn kledingkeuze, terwijl hij niet eens een representatieve functie had. Zijn chef zei: ,,Ik zou graag willen dat je je wat formeler kleedt. Ik weet dat je geen contact met klanten hebt, maar het draagt bij aan de interne uitstraling van de organisatie.” Zoiets ziet Frans nu niet meer zo snel gebeuren.

Verderop in De Nieuwe Poort staat een groepje jonge bankiers. ,,Yoo pik,” zegt Philip Kraaijeveld (29) tegen een collega als hij een biertje doorgeeft. Ook Philip heeft de indruk dat het allemaal wat relaxter wordt qua kleding. ,,Het valt of staat met de mate van klantencontact.” Geen contact met klanten betekent meer vrijheid. Zelfs de vrijheid om eens zonder das naar werk te gaan. In een enkel geval misschien zelfs de vrijheid om een sneakertje onder je pak te dragen. Met Kerst was er een foute Christmas Jumper-beweging op kantoor, een trend die is overgewaaid uit Londen. Grote rendieren op een schreeuwerig roden wollen basis, kitscherige sneeuwpoppen, dennenbomen, alles kwam voorbij. Er was zelfs iemand die een zelfgemaakte trui droeg met knipperlichtjes.

Maar dat zijn de uitzonderingen. Het mag dan allemaal wel losser worden op de Zuidas, dat betekent niet dat er nog steeds situaties zijn waarin de verkeerde kleding het verschil maakt tussen een succesvolle dag en een kleine ramp. Want als je op een sollicitatie of bij een belangrijke meeting niet de juiste kleding draagt, word je daar nog steeds op afgerekend.

Adam Tasi (33) en Christiaan Sijnen (40) runnen sinds ruim een jaar kledingzaak op de Zuidas. Het klantenbestand van PlaceGentlemen’s Place, gelegen om de hoek bij Oliver’s, naast restaurant Nine,  bestaat uit een typische mix van advocaten, bankiers, consultants en recruiters. ,,Van de juniors tot aan de hoogste partners,” zegt Adam, zelf casual gekleed in donkerblauwe spijkerbroek, zandkleurig vestje en een getailleerd lichtblauw overhemd dat zijn babyblauwe ogen beeldig doet uitkomen.

Een kledingzaak op de Zuidas is niet zoals kledingzaken op andere plekken, vertelt Adam. Geregeld moet hij snel iets uitzoeken voor een klant die net te horen heeft gekregen dat hij zo meteen een belangrijke meeting heeft. Maar andere dingen komen ook voor: dat iemand net koffie op zijn overhemd heeft gemorst bijvoorbeeld. No way dat je daar op de Zuidas de hele dag mee kunt blijven rondlopen.

Vaste klanten kunnen Adam en Christiaan 24/7 bereiken. Soms komen ze al bellend de winkel in. Doen ze alles, tot en met de aankoop aan toe, zonder hun telefoon ook maar één keer weggelegd te hebben. Passen willen ze niet, geen tijd voor. Je kunt je voorstellen hoe belangrijk het dan voor de mannen  is om te weten wat bij de klanten van Gentlemen’s Place past en hoe ze graag optimaal bediend willen worden. De juiste inschatting/ opmeting van de maat is dus essentieel. Van vaste klanten worden de maten bijgehouden. ,,Hier moeten we heel hoge service bieden, in heel weinig tijd.” Een gemiddeld bonbedrag ligt tussen de 350 en zeshonderd euro.

Aan nieuwe klanten vragen we daarom altijd waar ze werken en wat hun functie precies is, zegt Adam. Volgende vraag: draag je een das? ,,Jonge mannen dragen alles steeds vaker slimfit, strak op het lichaam gesneden. Vanaf een jaar of vijftig gaan de meeste mannen voor wat wijder vallende pakken, broeken en overhemden.” En een wit overhemd is ook altijd goed, zegt Adam. Het staat fris, zakelijk, clean.

De vier beroepsgroepen op de Zuidas zijn wat betreft Gentlemen’s Place makkelijk te herkennen aan hun kledingstijl. Advocaten zijn eigenlijk altijd strak in pak. Waar vroeger Amerikaans aandoende pakken populair waren, zijn de meeste pakken inmiddels van Italiaanse snit. En: ,,Kortere broekspijpen zijn ‘uit’. Je broek moet weer netjes over je schoen vallen.” Een pak met een heftige krijtstreep kan ook echt niet meer. De krijtstreep werd bedacht omdat je er wat langer door lijkt. Maar in 2017 prikken we daar zo doorheen.

De bankiers zijn dan weer onder te verdelen in twee groepen. Bankiers met een representatieve functie zijn het meest conventioneel gekleed. Als bankier kun je bijvoorbeeld absoluut geen bruine schoenen onder een blauw pak dragen bij een meeting. Bruine schoenen staan sowieso wat nonchalanter. Bankiers die achter de schermen werken kunnen wat betreft kleding iets meer hun eigen gang gaan.

Recruiters dragen dan weer vaak een pak zonder das. Of ze zijn netjes business casual gekleed. Een mooie chino of pantalon in een rustige kleur. Dat staat wat gezelliger dan een pak.

Onderscheiden doe je, naast de juiste outfit en samenstelling van kleuren, je met je horloge, eventueel een manchetknoop, een pochet of een dasknoop. Adam: ,,Maar eigenlijk zijn dasknopen uit de mode.” Verder gelden dubbele manchetknopen volgens Adam als pretentieus, tenzij je een hoge functie hebt.

Voor alle mannen die een goede indruk willen achterlaten, zijn schoenen verschrikkelijk belangrijk. Ze moeten sowieso netjes en gepolijst zijn. Sommige heren laten hun schoenen na de werkdag zelfs op kantoor staan, zodat ze langer mooi blijven. Schoeisel met een dubbele gesp is leuk voor op de zaterdagochtend langs het hockeyveld. Adam: ,,Een dubbele gesp is heel mooi onder een smart of casual outfit. Het staat wat eigentijdser.” Maar op kantoor draagt je liever veterschoenen of schoenen met een enkele gesp. Gespschoenen zijn het meest populair bij de jonkies. Ze staan wat speelser. En heel belangrijk, zoals Bart  Berkers ook al demonstreerde: ,,Je riem moet bij je schoenen passen.”

Wie zich toch nog steeds een beetje onzeker voelt, moet volgens Adam Tasi goed op de partners letten op het kantoor waar hij werkt. ,,Als je ongeveer draagt wat zij dragen, zit je sowieso goed.”

By |2018-01-12T17:55:38+00:00november 28th, 2017|GP in de Pers|Reacties uitgeschakeld voor Elsevier – maart 2017

About the Author: